 |
Fragment uit Contrapunt |
| |  |  | Ach, wat wilde ze graag de Goldbergvariaties studeren, ze was in de aria als in een vangnet verstrikt geraakt. Niet aan beginnen, zei de leraar, zo’n gedoe met de handen over elkaar, veel werk, weinig resultaat. Neem een mooie partita, een lekkere toccata, de chromatische fantasie! De vrouw schikte zich, probleemloos, het was een juist en begrijpelijk advies. Maar meteen na haar eindexamen had zij de partituur op de lessenaar gezet. Als er geen tijds- en prestatiedruk meer is komt het aan op discipline die je alleen met hartstocht kan voeden. Ze drong de muziek in, voor zover dat toen binnen haar mogelijkheden lag. Wat heb je in huis na een conservatoriumopleiding? Virtuositeit, beheersing, te veel oor voor het indrukwekkende, voor het uiterlijk vertoon. Voor deze variaties is een nieuwe nederigheid nodig, ware het niet dat je ze nooit kan spelen vanuit nederigheid. De techniek vraagt om superioriteit. Techniek betekent behendigheid, spierkracht, bewegingsautomatismen, wendbaarheid. Met het trainen van die zaken kan je gemakkelijk de uren vullen. Je voelt je spieren, dat stemt tevreden. Het lichaam vertelt dat je de tijd goed en zinvol hebt besteed. Staat er op het titelblad van de Goldbergvariaties niet ‘Klavierübung’? Zo is het. De fysieke techniek is op haar top rond het eindexamen. Nooit zal je meer zo in vorm zijn. Het is bedrieglijk. Techniek is niet alleen spierbeheersing, maar ook gedachtenbeheerrsing. Je móét denken: de stemvoering horen, op de plaatsing van handen en vingers anticiperen, vooruitdenken om tempo, dynamiek en frasering vorm te geven. Een groot gedeelte van de training speelt zich af in het hoofd. Dit vraagt om nog meer discipline dan het studeren aan het klavier. Zittend achter de piano zorgt de traagheid van het lichaam er wel voor dat je niet opstaat, maar gedachten zijn zo licht, zo onverhoeds wendbaar dat het bijna niet te doen is om ze in het gareel te houden. |
|
 |
 |
 |
 |
 |
 |